Junior/beginnend trainer/adviseur

We groeien hard, en daarom kunnen en willen we ook graag groeikansen bieden aan beginnende trainers /adviseurs.

We zijn op zoek naar jonge mensen met affiniteit met (beroeps)onderwijs, onderwijskunde of didactiek. Trainingservaring is een pré maar niet noodzakelijk.

We zoeken mensen die houden van afwisselend en uitdagend werk. En die het leuk lijkt om deel uit te maken van een compact team, waarbij je met veel verschillende mensen aan tafel komt en direct aan de slag kan.

Wat ga je doen?

Voor een (junior) trainer/adviseur bij Bureau Lente is er zelden een ‘dull moment’.

Zo kun je maandagochtend een training geven aan een examencommissie op een hbo in Brabant en maandagmiddag thuis een training voorbereiden op het gebied van Basiskennis Examinering. Dinsdagochtend geef je dan die training en dinsdagmiddag bespreek je met collega’s de uitgangspunten van een nieuwe maatwerktraining voor een mbo.

Woensdag heb je dan vrij, maar donderdag presenteer je dan weer de laatste onderwijsontwikkelingen op een studiedag van een mbo in Drenthe en begeleid je een discussie of workshop.  

Vrijdagochtend zit je bijvoorbeeld op kantoor en in de middag – nog voor de borrel – bereid je samen met collega’s een voorstel voor, voor een omvangrijk trainingstraject op het gebied van onderwijsinnovatiebij een hbo in Zuid-Holland.

Genoeg afwisseling?

Je geeft dus trainingen aan professionals in verschillende onderwijsinstellingen, in mbo en hbo. Je versterkt hun kennis, vaardigheden en competenties in relatie tot toetsing en examinering. Je deelnemers zijn vaak docenten die zich moeten bekwamen in het beoordelen van studenten en, het ontwikkelen en vaststellen van examens.  

Naast trainer ben je ook adviseur. Je luistert goed naar je klanten en kunt daardoor snel en optimaal inspelen op hun behoefte. Een goede relatie met je klant is voor jou een vanzelfsprekendheid.

Wie zoeken we?

Je bent mensgericht, energiek, flexibel en kunt uitstekend zelfstandig werken. Je bent creatief en analytisch. Je kunt problemen ontrafelen en komt ook zelf met oplossingen. Bovenal ben je servicegericht, enthousiast en vooral nieuwsgierig!

Je vindt het leuk om te trainen, mensen iets te leren en in te spelen op wat er leeft in de groep. Je kunt goed luisteren naar de vraag van de klant en die omzetten in een training op maat. Want je wilt je ook zelf blijven ontwikkelen! En bij Bureau Lente krijg je daarvoor alle ruimte!
Je opleidingsniveau? Hbo of universitair.

Solliciteren?

Herken je je in dit profiel? Dan zien wij je reactie graag tegemoet!

Mail ons je cv en motivatie, onder vermelding van Trainer/Adviseur Toetsing en Examinering mbo/hbo. Voor vragen over de inhoud van de vacature kun je contact opnemen met Monique Bulle of Jeanne Hup.

Vier trends in het hoger onderwijs in 2022 (en verder …)

Het is wellicht een beetje laat, om eind maart nog iets te willen zeggen over de onderwijstrends voor 2022, maar ik kwam recentelijk een artikel tegen op de site van het World Economic Forum dat ik toch graag onder jullie aandacht wil brengen. Vooral omdat ik denk dat de trends nog wel even aanhouden.

Ik was namelijk blij verrast om een aantal ontwikkelingen, die ik in onze eigen Nederlandse praktijksituatie voorbij zie komen, hier ook internationaal bevestigd te zien. Ik raad u aan het artikel vooral zelf even te lezen, maar in essentie constateert het WEF dat:

  1. Maatregelen die tijdens de pandemie zijn genomen (zoals de grote inzet van online learning), in de basis geen oplossing zijn voor problemen in het hoger onderwijs. Zie ook het blog van collega Jeanne Hup. Online is niet synoniem aan innovatie.
  2. Instellingen echte hervormingen moeten doorvoeren, op weg naar actief leren en vaardigheden aanleren die in een veranderende wereld standhouden.
  3. Formatieve toetsing effectiever is dan zware eindtoetsen, als het erom gaat studenten uit te rusten met de vaardigheden die ze uiteindelijk in de maatschappij nodig hebben.

De trends die het WEF voor het hoger onderwijs ziet:

  1. Leer overal (learn everywhere)
    In plaats van alleen maar facilitair met online learing over te stappen op een ‘learn anywhere’-benadering’ (bieden van flexibiliteit), moeten onderwijsinstellingen overstappen op een ‘learn everywhere’-benadering (bieden van ‘onderdompeling’). Waarbij de online component meerdere lagen en locaties toevoegt aan het onderwijs.
  2. Vervang lessen en hoorcolleges door ‘active learning’
    Onze hersenen leren niet door te luisteren, en de weinige informatie die we op die manier leren, wordt gemakkelijk vergeten. Echt leren is gebaseerd op principes zoals gespreid leren, emotioneel leren en de toepassing van kennis.
  3. Leer studenten vaardigheden die relevant blijven in een veranderende wereld
    Onderwijsinstellingen blijven zich richten op het aanleren van specifieke vaardigheden waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste technologieën, ook al zullen deze vaardigheden en de technologieën waar ze mee werken, onvermijdelijk achterhaald raken. Wat we moeten aanleren zijn vaardigheden die relevant blijven in nieuwe, veranderende en nog onbekende omstandigheden.
  4. Formatief toetsen gebruiken in plaats van alles-of-niets examens
    Te vaak toetsen examens nog alleen de informatie die we op dat moment moesten onthouden, in plaats van dat ze ons leervermogen meten, onze competenties. De inzet van programmatisch toetsen, of andere meer formatieve manieren van toetsen, zorgt voor zowel formele als informele evaluaties tijdens het leertraject en moedigt studenten aan om hun prestaties daadwerkelijk te verbeteren in plaats van deze alleen te laten beoordelen.

Het artikel concludeert dat we voor onderwijshervormingen echt moeten kijken naar de  oorzaak van de huidige problemen. We moeten kijken naar wat er wordt onderwezen (curriculum), hoe (didactiek en pedagogiek), wanneer en waar (technologie en de echte wereld) en aan wie we lesgeven (toegang en inclusie). De instellingen die klaar zijn om deze fundamentele problemen aan te pakken, zijn degene die erin zullen slagen het hoger onderwijs echt te transformeren.

Ik denk dat ze gelijk hebben!

Online or not on line, that is the question

Onlangs stond er een mooi verhaal in NRC met als titel: “De online les is er nog steeds, maar waarom eigenlijk?”. De strekking was: online lessen en ‘hybride’ onderwijs zijn – ook na het einde van de laatste lockdown in januari – niet verdwenen uit het mbo. Uit onderzoek van belangenorganisatie Ouders & Onderwijs bleek dat maar liefst 37 procent van de mbo-studenten nog te maken heeft met online onderwijs. Veel ouders zowel als leerlingen geven aan dat ze hier niet onverdeeld gelukkig mee zijn. En ik begrijp dat wel.

Ofschoon er op scholen al langer geëxperimenteerd werd met online (deel)onderwijs en hybrid learning, was het natuurlijk corona waardoor opeens alles en iedereen over moest op online. Dat dat kwalitatief niet altijd het juiste niveau opleverde, is begrijpelijk. Online learning heeft daarbij het stigma opgelopen dat het alleen een alternatief zou zijn voor fysieke leerervaringen, als het echt niet anders kan. Ok. Daarmee doen we het instrument wel wat te kort. Maar tegelijkertijd is het ook wel helder dat lang niet elke leerervaring in een online variant het niveau van fysiek kan evenaren.

In het artikel noemen de scholen voldoende valide redenen om de inzet van online lessen op dit moment te rechtvaardigen, zoals de nog steeds door corona beperkte capaciteit aan leerkrachten. Of het willen kunnen experimenteren met een mix van leermiddelen, waarbij online en fysiek elkaar kunnen versterken (blended learning).

Maar het ook genoemde economische argument – dat je bij online lessen efficiënter gebruik kan maken van leerkrachten en ruimtes – is wat mij betreft echter geen goed argument. Dat is dan gewoon een bezuiniging waarbij niet gekeken is naar het optimaliseren van de resultaten.

In mijn ogen is voor een optimale kennisoverdracht een bepaalde mate van fysiek contact essentieel. Er vindt meer interactie plaats en het concentreren en lang de aandacht bij de les houden gaat makkelijker. En de motivatie van studenten om iets tot zich te nemen neemt ook toe als ze onderling fysiek met elkaar in contact kunnen staan.  

Dus ook hier ligt de waarheid in het midden en gaat het om maatwerk. Online daar inzetten waar het zin heeft en waar het echt inhoudelijke waarde toevoegt.

Ook bij Bureau Lente zijn we nu weer voor het overgrote deel fysiek aan het trainen. Dat is vooral fijn omdat onze trainingen vaak sterk gebaat zijn bij interactie, het zelf doen, en het leren van elkaar. Het gaat nooit alleen om kennisoverdracht van ons aan de groep. En dan heeft fysiek toch echt mijn voorkeur. Maar als die mogelijkheid om diverse redenen toch niet echt haalbaar is. Dan doen we het natuurlijk online. En met een goed gemotiveerde groep en een goed plan van aanpak gaat dat prima (maar als ik mag kiezen …). Ik ben overigens wel echt een voorstander van innovatie en vernieuwing in het onderwijs, maar dat is iets anders dan je aanbod gewoon verplaatsen naar online, lees hierover ook het blog van collega Monique Bulle.

Nieuwe lente, nieuw geluid, nieuw kantoor!

Het gaat goed met Bureau Lente. We hebben veel uitdagende nieuwe projecten, bij zowel nieuwe als bestaande klanten. En gelukkig hebben we ook meer mensen om die projecten uit te voeren.

Maar… dát betekende weer dat we ook een nieuw kantoor moesten. Of in elk geval: wilden!

Belle Van Zuylenlaan 5, 4105 JX Culemborg

Vanaf 1 maart zijn we de trotse bewoners van een prachtig kantoor aan de Belle van Zuylenlaan 5, 4105 JX in Culemborg. Nog niet alle meubelen zijn gearriveerd, maar de Nespresso staat al klaar! 
Een heerlijke uitvalsbasis voor het werk dat voor een belangrijk deel op locatie plaatsvindt.

Dus kom eens kijken. Of anders: kom eens werken!

Want we zoeken namelijk nog steeds een of twee gedreven en enthousiaste trainers toetsing en examinering, die net als wij talenten wil laten bloeien en professionals in het onderwijs wil ondersteunen in hun ambitie studenten zo goed mogelijk op te leiden en te laten ontwikkelen tot volwassen professionals in hun vak. We bieden uitdagend werk, bij geweldig leuke klanten, in een superleuk team (al zeggen we het zelf) en nu ook vanuit een prachtig nieuw kantoor!

Interesse? Bel of mail ons op info@bureau-lente.nl
(mag ook als je alleen een kopje koffie wil komen drinken ;-)).

Programmatisch toetsen & effectieve feedback in mbo

Programmatisch toetsen en effectieve feedback in het mbo

Het was hét thema van het recente congres ‘Toetsen en Examineren in het mbo’: programmatisch toetsen en effectief feedback geven. Deze ontwikkelingen spelen al langer in het hbo maar zijn nu ook ‘doorgebroken’ in het mbo. Met het in werking treden van het herziene onderzoekskader voor het mbo, is het mogelijk geworden om in het mbo op een andere manier het diploma te verantwoorden. De interesse is groot, maar in de praktijk is dit nog niet zo eenvoudig. Want hoe moet je dit dan doen? Waar begin je? Welke vaardigheden vereist dit bij zowel beoordelaars, docenten én studenten? 

Tot nu toe was het in het mbo zo: de student volgt onderwijs en aan het eind wordt het afgesloten met het examen. En het examen moet gewoon voldoen aan kwaliteitseisen als validiteit en betrouwbaarheid. Dit maakt dat de school een diploma van waarde kan afgeven. Nu is er dus een beweging waarbij het mogelijk lijkt om die examinering meer in je onderwijs te integreren.

Veel aandacht op het congres derhalve voor programmatisch toetsen. Wij denken echter dat dit vooralsnog minder goed past bij de praktijk van het mbo. In het mbo doe je namelijk pas aan het eind van het leerproces examen, terwijl je in het hbo op allerlei momenten toetst.

Pragmatische workshops

Vanuit Bureau Lente hebben wij die dag workshops gegeven over effectieve feedback, maar dan wel ingestoken op een manier die specifiek toepasbaar is voor het mbo. Aansluitend op de eigen praktijk. Pragmatisch. Wij hebben daarbij laten zien dat feedback geven tijdens je onderwijs echt iets anders is dan feedback geven achteraf, op een examen.

Hoe werkt feedback geven überhaupt? Hoe zou dat een rol kunnen spelen in je onderwijs? Specifieke opdrachten werden gekoppeld aan een matrix en over die matrix moesten de deelnemers vooral zelf nadenken. ‘Wat doe ik nu waar en wanneer?’

De meeste mensen geven feedback op een product dat al is gemaakt. Bijvoorbeeld: ‘dat pootje staat scheef, dat moet je rechtzetten.’ Dat is concrete feedback. Maar je had ook kunnen zeggen: ‘hoe ben je zover gekomene en wat zou je er zelf nog aan willen verbeteren?
Dan stel je dus alleen maar vragen zodat de student zelf kan concluderen: ‘ Oh ja, ik had het eigenlijk misschien toch liever anders gedaan.’
Van ‘pas dat pootje even aan’ naar zelf nadenken en ‘hoe moet ik dat doen?’
Dat is een behoorlijk grote stap.

Dat was eigenlijk het doel van onze workshop: mensen laten zien waar ze nu staan en laten ervaren dat die zelfregulatie behoorlijk ingewikkeld is. Dat kun je als student pas op een bepaald niveau aan.

Bij alle enthousiaste geluiden over programmatische toetsen en feedback wilden wij de kanttekening maken: kijk eerst maar eens waar je nu staat. We hebben de workshop afgesloten met twee casussen en de vraag: welke feedback kun je nu geven? Dit bleek voor de meeste deelnemers een behoorlijke eye-opener.

Kleine stappen

Het herziene onderzoekskader lijkt dus heel veel ruimte te geven om het allemaal op een andere manier te gaan doen, maar stelt daarnaast nadrukkelijk dat je ervoor moet zorgen dat je diploma’s altijd hun waarde houden. Feedback geven is prima maar wees je ervan bewust hoe je dat nu aan het eind van het proces doet. En dat dit heel anders is dan bij programmatisch toetsen waarbij je continu feedback aan het geven bent.

Programmatisch toetsen voor het mbo: bezint eer ge begint.

Voor het mbo geldt: denk er goed over na en kijk waar de winst met kleine stappen al te behalen is. Gooi vooral het kind niet met het badwater weg. Er liggen al heel goede examens, en toch lopen we nu het risico dat iedereen zelf het wiel opnieuw gaat uitvinden, constructie-ervaring of niet.

Het rigoureus anders verantwoorden van je diplomabesluit is complex en het mbo moet elke keer goed nadenken of de te behalen winst wel opweegt tegen de risico’s die er gelopen worden. Want iets wat in het hbo werkt, is niet automatisch direct geschikt voor het mbo.

We helpen scholen nu bij het vinden van een manier om op een verantwoorde manier elementen aan te passen en het diploma stapsgewijs anders te gaan verantwoorden. En vooral steeds optimaal aansluitend bij de school, de manier van werken, de leerlingen, de docenten en onderwijskundigen.

Leeruitkomsten formuleren

De laatste jaren zien we dat veel onderwijsorganisaties in het hbo bij het ontwikkelen van een nieuw curriculum het accent verleggen van het denken in leerdoelen en competenties naar het formuleren van leeruitkomsten. Bureau Lente helpt hen hierbij.  

Leerdoelen en competenties
Een leerdoel geeft aan wat je wilt bereiken met het onderwijs en kan zowel betrekking hebben op kennis, op een vaardigheid of op een gewenste houding. Daarbij beschrijft het vaak hoe de studenten zich dit eigen moeten maken en hoe zij het bewijs moeten leveren. Combinaties van vaardigheden, kennis en houdingen, worden ook wel omschreven als competenties.

Leeruitkomsten
Een leeruitkomst is het meetbare resultaat van leerervaringen waarmee je kunt vaststellen tot op welk niveau een bepaalde competentie is gevormd of verbeterd. Het toont wat de leerling kan doen als resultaat van wat hij/zij heeft geleerd.

Leeruitkomsten gaan dus over daadwerkelijk getoonde resultaten en zijn gekoppeld aan toetsen in plaats van aan lessen. Omdat het bij leeruitkomsten gaat om het resultaat en niet om de manier waarop dit wordt bereikt biedt het gebruik van leeruitkomsten meer ruimte voor andere leerervaringen, eventueel opgedaan buiten de school. Hiermee sluit het beter aan op de actuele behoefte aan meer maatwerk binnen het onderwijs.

Landelijke Opleidingscompetenties
Dat zoveel scholen nu bezig zijn met het ontwerpen van nieuwe curricula heeft onder meer te maken met de loco’s, de landelijke opleidingscompetenties. Daarvan mogen scholen 30% zelf invullen. En dat is natuurlijk interessant want met die 30% kun je je als opleiding onderscheiden van de andere opleidingen. In plaats van een opleiding communicatie – waarvan er in Nederland wel meer dan tien aangeboden worden – bied je bijvoorbeeld een opleiding digitale communicatie, of social media communicatie.
En het bij het opzetten daarvan spelen de leeruitkomsten een steeds grotere rol.

Want wat voor mensen willen de opleiding nu eigenlijk afleveren. Als de opleiding echt specialisten op dit terrein wil afleveren, moeten ze ook leeruitkomsten formuleren die zulke mensen opleveren. Die leeruitkomsten geven feitelijk handen en voeten aan de competenties. Ze moeten dan ook zo geformuleerd zijn dat elke lezer meteen een beeld heeft van datgene wat iemand dan kan.

Die leeruitkomsten doen dus meerdere dingen:

  • Ze geven richting aan je onderwijs, want dat is waar je naar toe gaat.
  • Ze laten de student zien waar hij of zij naartoe beweegt, en
  • Ze laten zien hoe de uitkomsten aansluiten op het beroepenveld.

En dan zo geformuleerd en opgezet dat het toekomstbestendig is en dat het beroepenveld zich ook herkent in die leeruitkomsten.

Relaties tussen competenties en Leeruitkomsten

Bij het formuleren van die leeruitkomsten is het van groot belang om te kijken naar de relaties tussen de competenties. Alles wat je belangrijk vindt moet je erin terug kunnen zien. Bijvoorbeeld in de vorm van een matrijs. Je begint met het definiëren van de leeruitkomsten op het hoogste niveau en dan vertaal je die terug naar leeruitkomsten op de lagere niveaus en zo bouw je een samenhangend curriculum op.

Wij helpen opleidingen bij het formuleren van de leeruitkomsten. Daarbij focussen we ons vooral op de manier van aanpakken en de eisen en criteria waaraan goede werkbare en meetbare leeruitkomsten moeten voldoen. Want alles wat je formuleert moet ook te meten zijn. En daarbij checken we steeds of alles wat er staat ook klopt en dat de leeruituitkomsten  voor de verschillende leerjaren een logisch geheel vormen.